Elleboog blessure advies

Elleboogaandoeningen en elleboogklachten 

Er is op verschillende manieren een onderscheid te maken in elleboogklachten.Ten eerste is het belangrijk intra-articulaire van extra-articulaire klachten te differentiëren.

Intra-articulaire klachten (zoals artrose en capsulaire klachten) geven vaak een bewegingsbeperking. Bij een extra-articulaire oorzaak (zoals mediale of laterale epicondylitis, of collaterale instabiliteit) staat vaak gelokaliseerde pijn of instabiliteit op de voorgrond.

Intra-articulaire klachten

De meest voorkomende intra-articulaire pathologieën betreffen het kraakbeen, het kapsel of het synovium. Kraakbeenschade kan gegeneraliseerd optreden in het gewricht bij artrose, of gelokaliseerd, waarbij gesproken wordt van een osteochondraal defect (OCD). Beide vormen kunnen klachten geven van diepe elleboogpijn, bewegingsbeperking, stijfheid en zwelling.

Artrose

Primaire artrose is relatief zeldzaam en komt vaker voor bij mannen, aan de dominante zijde en bij langdurig fysiek zwaar werk. Vaak is artrose gerelateerd aan een voorafgaand trauma, valgusextensieoverbelasting en reuma. Een belangrijk onderdeel van de klachten is de bewegingsbeperking in extensie die gerelateerd is aan de mate van gewrichtsdeformatie, ossificaties en contractuur van het kapsel. Daarnaast kan laterale of mediale instabiliteit signi ficant bijdragen aan de klachten en progressie door de veranderde belasting.

Lokale kraakbeenlaesies

Lokale kraakbeenlaesies zijn te onderscheiden in osteochondrale defecten en de ziekte van Panner. De twee worden vaak met elkaar verward, maar hebben een heel verschillend beloop.

Bij beide aandoeningen is vaak het capitellum (het distale gewrichtsvlak van de humerus dat articuleert met de radiuskop) aangedaan en beide lijken uitgelokt te worden door excessieve valgusstress bij bijvoorbeeld werpen.

Osteochondrale defecten

Osteochondrale defecten (OCD) zijn lokale laesies van het kraakbeen en het onderliggende bot die diepe elleboogpijn geven. In het geval van losse fragmenten kunnen er ook slotklachten zijn, waarbij men het gevoel heeft dat de elleboog tijdens beweging stagneert door interpositie van het losliggende fragment. Een OCD kan op alle leeftijden voor komen en de prognose is matig te voorspellen. 

Ziekte van Panner

De ziekte van Panner treedt typisch op bij kinderen tussen de vijf en tien jaar. Hierbij is er geen sprake van een losliggend fragment van kraakbeen en bot zoals bij een OCD, maar een door ischemie verstoorde ontwikkeling van de groeischijf die hierdoor een irregulair aspect krijgt op de röntgenfoto.De ziekte van Panner heeft een mild beloop met een goede prognose. Personen kunnen doorgaans na twee maanden hun activiteiten hervatten. Bij kinderen tussen de vijf en tien jaar verdient dit klachtenpatroon daarom een terughoudend beleid. Bij kinderen boven de tien jaar en volwassenen is een OCD waarschijnlijker.

Capsulitis en synovitis

Staat bij een persoon meer de stijfheid van bewegen op de voorgrond na het doormaken van een trauma, met een verende eindstandige weerstand, dus zonder aanwijzingen voor de harde bewegingsbeperking passend bij een ossaal impingement, dan kan de oorzaak van de klachten liggen in het kapsel. Hierbij kan sprake zijn van een contractuur of irritatie van het kapsel met synovitis en verdikking tot gevolg. De onderliggende mechanismen voor kapselaandoeningen zijn niet volledig opgehelderd. Losse fragmenten, posttraumatische artrose en osteonecrose kunnen hierbij een rol spelen. Daarnaast wordt soms de combinatie gezien met extra-articulaire aandoeningen, zoals heterotope ossi caties (abnormale botvorming in de weke delen) en myosiitis ossificans, die nog meer bewegingsbeperkingen kunnen geven (zie verderop). 

Plicasyndroom

Bij slotklachten of een pijnlijke kliksensatie bij exie en extensie valt te denken aan een plica als intra-articulaire oorzaak. Deze overblijfselen van embryonale septae kunnen bij hypertrofie of in ammatie na (repeterend) trauma klachten geven. Vaak betreft het een posterolaterale plica. 

Extra-articulaire klachten

Bij extra-articulaire pathologie gaat het om aandoeningen van de pezen, spieren en zenuwen. Hierbij is er frequent sprake van overbelasting door een repeterende beweging. Bij sporters wordt dit vaak gezien in de combinatie van een tractiemechanisme aan de mediale zijde en een compressie- mechanisme aan de laterale zijde, zoals bij bovenhands werpen. Er is op basis van lokalisatie een belangrijk onderscheid te maken in laterale, mediale en anteriore klachten.

Laterale elleboogklachten

Lateraal is waarschijnlijk de meest gehoorde lokalisatie van pijn bij personen waarbij een epicondylitis lateralis verreweg de meest voorkomende oorzaak is.

Epicondylitis lateralis (tenniselleboog)

Van alle volwassenen krijgt jaarlijks 1 à 3 procent klachten van een epicondylitis lateralis. Meestal zijn patiënten tussen de 35 en 50 jaar en doen de klachten zich voor aan de dominante zijde.Het betreft hier geen werkelijke ontsteking en de term ‘epicondylitis’ doet dus eigenlijk geen recht aan de histopathologie van deze aandoening. Het onderliggende mechanisme is overbelasting van de proximale aanhechting van de extensoren van de onderarm door repetitieve bewegingen. Meestal betreft het de m. extensor carpi radialis brevis, aangezien die om de laterale epicondyl heen buigt. Daarnaast is de m. extensor digitorum communis vaak aangedaan.

De pijn is zeer lokaal aanwezig aan de anterodistale zijde van de laterale epicondyl en kan uitstralen naar de onderarm. Personen merken een toename van de pijn bij grijpen en extensie van de pols tegen weerstand. 

Het radiale tunnelsyndroom

De volgende oorzaak van laterale elleboogklachten is het radiale tunnelsyndroom ofwel compressie van de posteriore interossale zenuw, een aftakking van de diepe n. radialis. De radiale tunnel ligt tussen de twee lagen van de m. supinator, waarbij de m. extensor carpi radialis brevis een mogelijk actief bijdragende comprimerende structuur is. De tunnel is te palperen circa 3 tot 4 cm distaal en anterior van de laterale epicondyl. Het radiale tunnelsyndroom is een zeldzame oorzaak, die vaker voorkomt bij vrouwen tussen de 30 en 50 jaar. Hierbij is doorgaans sprake van milde compressie, waardoor er geen motorische verschijnselen zijn. Patiënten geven pijn aan aan de dorsoradiale zijde van de elleboog, bij extensie van elleboog en passieve pronatie of actieve supinatie van de onderarm.

Schade laterale collaterale ligament

Een laatste belangrijke oorzaak van pijn aan de laterale zijde van de elleboog is schade aan het laterale collaterale ligament (LCL) met laxiteit van het LCL tot gevolg. Vaak is er in de voorgeschiedenis een val op de uitgestrekte arm, een simpele elleboogluxatie of chirurgie aan de laterale elleboog. Al deze situaties zorgen voor laxiteit van het laterale bandcomplex met posterolaterale of varus-posteromediale instabiliteit tot gevolg. De aard van de klachten is divers: van lokale pijn of slotklachten tot kliksensaties. De klachten doen zich vaak voor bij supinatie van de onderarm bij een gestrekte elleboog met valgusstress. Dit lijkt in beginsel tegenstrijdig, maar spanning op het LCL wordt niet opgewekt door openspouwen van het laterale compartiment onder varusstress, maar door luxatie van de onderarm naar posterolateraal. 

Mediale elleboogklachten

Klachten aan de mediale zijde van de elleboog zijn net als die aan de laterale zijde in te delen in klachten op basis van epicondylitis medialis, ligamentaire instabiliteit en zenuwimpingement.

Epicondylitis medialis (golferselleboog) 

De meest voorkomende oorzaak van klachten aan de mediale zijde van de elleboog is de epicondylitis medialis. Net als bij de laterale epicondylitis zijn hierbij microtraumata als gevolg van repeterende stress verantwoordelijk voor in ammatie van de pezige aanhechting van het extensor/pronatorcomplex, in dit geval bij bewegingen zoals pronatie van de onderarm en extensie van de pols. De valgusstress aan de mediale zijde van de elleboog wordt overgedragen door het extensor-pronator- complex, voornamelijk bestaand uit de m. pronator teres, de m. extensor carpi radialis en het ulnaire collaterale ligament (UCL). Deze structuren zijn pijnlijk bij palpatie en kunnen lokaal gezwollen zijn. Geforceerde pronatie en pols extensie lokken herkenbare klachten uit.

Het cubitale tunnelsyndroom

Het is aan de mediale zijde belangrijk om uit te sluiten dat de klachten komen door een ulnaropathie als gevolg van compressie van de n. ulnaris in de cubitale tunnel.

De cubitale tunnel wordt gevormd door de mediale epicondyl anterior, de posteriore band van het ulnaire bandcomplex posterior en de aponeurose van de twee koppen van de m. exor carpi ulnaris posteromediaal. In plaats van pijn staan bij het cubitale tunnelsyndroom de tintelingen en doofheid van de pink en de ulnaire zijde van de ringvinger op de voorgrond.

Schade mediale ulnaire collaterale ligament

Een laatste vaak voorkomende oorzaak van mediale elleboogpijn is valgusinstabiliteit door laxiteit van het mediale ulnaire collaterale ligament (UCL). Dat bestaat uit drie delen: een anteriore, posteriore en transversale bundel, waarbij de anteriore bundel behalve de primaire stabilisator ook de meest kwetsbare structuur is voor rupturen.

Anteriore klachten

Een extra-articulaire oorzaak voor klachten aan de voorzijde van de elleboog is distale bicepspeespathologie, waarvan de meest voorkomende een (partiële) ruptuur is. Bij een distale bicepspeesruptuur is er vaak een pijnlijke knap geweest bij het extenderen van de geflecteerde elleboog terwijl deze excentrisch belast werd. Er kan sprake zijn van een ‘reversed popeye sign’ of een haematoom. 

Winkelwagen  

Geen producten

0,00 € Verzendkosten
0,00 € Totaal

Afrekenen

Aanbiedingen

Alle aanbiedingen

FAQ

Hebt u vragen ? Kijk dan bij de FAQ.