Artrose van het duimgewricht

Artrose van het CMC1-gewricht

Artrose van het CMC1-gewricht 

In de volksmond wordt artrose van het CMC1-gewricht of duimbasisartrose ook wel een ‘huisvrouwenduim’ genoemd. Deze aandoening komt frequent voor bij vrouwen en in mindere mate bij mannen. Meestal openbaren de eerste verschijnselen zich tussen het 50e en 60e levensjaar.

Eaton en Glickel (1987) beschrijven vier röntgenologische stadia.

1 Geen gewrichtspleetversmalling zichtbaar.
2 Gewrichtspleetversmalling zichtbaar, osteofyten kleiner dan 2 mm, mogelijk luxatie (naar dorsale of van minder dan een derde deel van het gewrichtsoppervlak.
3 Afwijkingen nemen toe, het subchondrale bot kan sclerotische afwijkingen vertonen, osteofyten groter dan 2 mm, subluxatiestand groter dan een derde deel van het gewrichtsoppervlak. 

4 Als bij 3, nu ook artrotische veranderingen zichtbaar van de gewrichten tussen de ossa trapezium en trapezoïdeum en tussen de ossa trapezium en scaphoideum. 

In stadium 1 zijn er geen afwijkingen zichtbaar op de röntgenfoto, toch kan een patiënt pijn ervaren door de kraakbeendegeneratie en artritis van het CMC1-gewricht.

Anamnese en onderzoek 

Bij artrose van het CMC1-gewricht heeft de patiënt pijn rondom de duimbasis, maar ook in het verloop van de ossa metacarpale I en II (zie figuur 2). Dezelfde activiteiten als bij instabiliteit van het CMC1-gewricht kunnen pijn provoceren of zijn moeilijk uit te voeren. Kenmerkend voor een artrotisch CMC1-gewricht in een later stadium is de veranderde stand van de duim. Er ontstaat in dit gewricht een bewegingsbeperking naar extensie en abductie, die gepaard gaat met een versmalling van het eerste ‘web’ (de ruimte tussen de ossa metacarpale I en II) en een hyperextensie van 

het MCP1-gewricht. Het uitoefenen van pinchkracht zal leiden tot een toename van (hyper)extensie in het MCP1-gewricht, waardoor afschuifkrachten in het CMC1-gewricht een subluxatiestand richting dorsaal en/of radiaal kunnen veroorzaken.22 

De passieve en actieve stabiliteit kunnen verminderd zijn en de kracht is doorgaans afgenomen. Verder zal palpatie van het volaire kapsel pijnlijk zijn. De grind- test is een provocatietest die sensitief en specifiek is voor CMC-artrose.23 Het os trapezium wordt gefixeerd en daarbij wordt axiale compressie en rotatie van het os metacarpale I gegeven Dit geeft de typerende pijn en crepitaties, met name wanneer naar abductie en extensie wordt bewogen. 

Therapie bij artrose van het CMC1‐gewricht 

Indien sprake is van een verminderde actieve stabiliteit kan een oefenprogramma worden gestart zoals beschreven is bij CMC1-instabiliteit. Soms kan het zinvol zijn om extensie en/of abductie van het CMC1-gewricht te mobiliseren, tenzij dit toename van de pijn geeft. Ook kan een beperkte flexie in het MCP1-gewricht worden gemobiliseerd. Eventueel is spalktherapie te gebruiken waarbij een duidelijk behandeldoel aanwezig moet zijn, zoals stabilisatie van het CMC1-gewricht, pijnvermindering of ondersteuning tijdens zwaarbelaste activiteiten. Het type spalk en het materiaal zijn afhankelijk van het doel. Een belangrijk onderdeel van de therapie vormt het aanleren en toepassen van gewrichtsbeschermende principes in het dagelijkse leven. Hierbij wordt aandacht besteed aan het op juiste wijze gebruiken van de gewrichten van de bovenste extremiteit, het aanleren van alternatieve (minder belastende) handelingswijzen, en zo nodig het gebruik maken van (tijdelijke) hulpmiddelen.In 70 procent van de gevallen kan conservatieve therapie leiden tot klachtenvermindering. Bij persisterende klachten is een operatieve ingreep mogelijk. Er zijn verschillende artroplastiektechnieken mogelijk en hiermee worden vaak goede resultaten behaald.

Winkelwagen  

Geen producten

0,00 € Verzendkosten
0,00 € Totaal

Afrekenen

FAQ

Hebt u vragen ? Kijk dan bij de FAQ.