Ziekte van De Quervain

Ziekte van De Quervain

De ziekte van De Quervain is een peesschede ontsteking van de pezen in de eerste loge. Veranderingen die hierbij geconstateerd worden, zijn hypertrofie van het retinaculum extensorum, adhesies tussen de EPB en APL en degeneratie van de peesschede. 

De extensoren ( strekpezen) van de hand worden op het niveau van de pols overbrugd door het retinaculum extensorum dat de pezen in zes loges verdeelt. De eerste loge is ongeveer 2 cm lang en bevat de m. extensor pollicis brevis (EPB) en de m. abductor pollicis longus (APL). Deze beide pezen worden op het niveau van de eerste loge omvat door een peesschede die de verglijding naar proximaal en distaal versoepelt. In de eerste loge zijn veel variaties in anatomie mogelijk, zo worden in 40 procent van de populatie de EPB en APL van elkaar gescheiden door een septum.

De Quervain is een veelvoorkomende aandoening: het vormt ongeveer een derde van alle peesaandoeningen in de hand. Zwangere vrouwen en vrouwen boven de 40 jaar hebben een hoger risico om De Quervain te ontwikkelen dan andere groepen.

Symptomen

De klachten ontstaan vaak geleidelijk door repeterende bewegingen zoals koffie inschenken of kinderen optillen. De persoon met De Quervain geeft pijn aan bij bewegingen die rek of aanspanning van de EPB en APL geven. De meest provocerende beweging is ulnaire deviatie ( beweging naar de pinkzijde) van de pols gecombineerd met flexie van de duim, zoals bij schenken met een waterkan of het opendraaien van een jampot. Beide pezen glijden dan maximaal naar distaal.

Therapie bij De Quervain 

Behandeling bij De Quervain bestaat uit rust voor de pezen in de eerste loge voor een periode van ongeveer vier tot zes weken, afhankelijk van de actualiteit en/of reactiviteit. Deze rust kan gerealiseerd worden door een spalk of brace die de pols en duim grotendeels fixeert en het IP-gewricht van de duim vrij- laat. In de eerste zes weken draagt de patiënt de spalk dag en nacht, maar verwijdert hij deze minimaal vier keer per dag om peesglijdoefeningen binnen de pijngrens uit te voeren. Peesglijdoefeningen zijn ontspannen flexie- en extensieoefeningen van de duim, ulnaire en radiaire deviatie en flexie- en extensieoefeningen van de pols. Dit zorgt voor distaal en proximaal verglijden van de pezen in de synovia van de eerste extensorloge en voorkomt zo het ontstaan van adhesies. Het is belangrijk dat alleen het dragen van een spalk onvoldoende rust geeft. Als steeds ‘tegen de spalk in’ bewogen wordt, kan ondanks de spalk de pijnklacht juist toenemen. Het is daarom essentieel om concrete adviezen te geven voor aanpassingen van activiteiten. Cryotherapie kan het herstel ondersteunen.

Indien de klachten zijn afgenomen, kan het gebruik van de spalk geleidelijk worden afgebouwd in een periode van drie weken. In deze periode kunnen oefeningen worden gedaan om te leren de pols in neutrale positie te stabiliseren en om de belastbaarheid van de aangedane arm te vergroten. Een voorbeeld hiervan is ulnaire deviatie in de pols vermijden bij het gebruik van de shift-toets tijdens typen door de hele arm over de tafel te schuiven. Indien de pijnklachten aanhouden ondanks immobilisatie met een spalk en het beperken van activiteiten, is het goed om contact op te nemen met de huisarts. De huisarts kan dan een corticosteroïdeninjectie in de eerste loge geven of verwijzen naar een specialist voor een injectie of chirurgische release van de eerste loge.

Winkelwagen  

Geen producten

0,00 € Verzendkosten
0,00 € Totaal

Afrekenen

FAQ

Hebt u vragen ? Kijk dan bij de FAQ.