Nek

Nek

Nekklachten

Inleiding 

Nekpijn wordt gedefinieerd als ‘een onaangename sensorische en emotionele ervaring die geassocieerd wordt met daadwerkelijke of mogelijke weefselschade’ in de nekregio (van linea nuchea superior tot de spinea scapula).

Nekpijn hoort wereldwijd tot de vier meest gerapporteerde klachten, samen met lage rugpijn, kniepijn en schouderpijn, met in Nederland een puntprevalentie van 20,6 procent in 2003.

In 2007 waren de kosten van lage rugpijn en nekpijn gezamenlijk 401 miljoen euro bij mannen en 554 miljoen euro bij vrouwen. Dit komt overeen met 1,28 procent van de totale gezondheidszorgkosten in Nederland. Een kwart van deze kosten heeft te maken met directe zorgkosten, waarvan verwijzing naar fysiotherapie het grootste deel is.

De Neck Pain Task Force (NPTF) schat op basis van een groot onderzoek uit 2008 in dat in het algemeen 30 tot 50 procent van de patiënten met nekpijn langdurig klachten houdt, met veelal een episodisch en recidiverend karakter.Uit een andere systematische review blijkt dat bij patiënten met acute nekpijn in de eerste zes weken de pijn met 45 procent vermindert en de beperking in activiteiten met 42 procent afneemt. Na zes weken nemen de pijn en de beperking in activiteiten eigenlijk nauwelijks meer af.

Classificaties 

Nekpijn wordt traditioneel geclassiceerd als specieke of aspecieke nekpijn.

Specieke nekpijn wordt beschreven als nekpijn met een specieke oorzaak of een ernstige onderliggende pathologie die op een valide en betrouwbare wijze aangetoond kan worden, zoals fractuur, dislocatie, ontsteking, systemische ziekte en tumoren (kanker).

Aspecieke nekpijn is nekpijn met een onbekende oorzaak. In het verleden zijn binnen de classicatie aspecieke nekpijn verschillende subgroepen van patiënten onderscheiden, zoals traumagerelateerde nekpijn (whiplash gerelateerde aandoeningen of ‘whiplash associated disorder’, WAD), werkgerelateerde nekpijn en het cervicaal radiculair syndroom. 

De Neck Pain Task Force (NPTF) heeft in 2008 een voorstel gedaan voor de indeling van patiënten met nekpijn in vier categorieën, namelijk nekpijn graad I tot en met IV.

Graad I: geen of geringe invloed op de dagelijkse activiteiten.

Graad II: forse invloed op de dagelijkse activiteiten.

Graad III: aanwezigheid van neurologische symptomen, zoals verminderde reflexen of spierzwakte. Deze graad wordt ook aangeduid met ‘cervicaal radiculair syndroom’. 

Graad IV: mogelijk ernstige structurele pathologie zoals fracturen, tumoren enz. 

(Graad IV nekpijn komt overeen met specieke nekpijn).


De term ‘cervicale radiculopathie’ wordt in de literatuur voor zowel graad II als III gebruikt.
Naast de verdeling in vier categorieën zoals voorgesteld door de NPTF, wordt er ook een tijdsverloop beschreven in de literatuur. Hierbij worden meestal drie groepen onderscheiden: acute pijn (tot 3 weken), subacute pijn (tot 12 weken) en chronische pijn (langer dan 12 weken).

Ook het beloop van de klachten is belangrijk. In de eerste periode van zes weken is een ‘normaal beloop’ van de klachten te verwachten, waarin een afname in pijn en toename in activiteiten of participatie plaatsvindt. Als deze normale verbetering niet plaatsvindt in de eerste zes weken of als de klachten recidiveren binnen deze periode, is dit te beschouwen als een ‘abnormaal beloop’. Omdat er geen literatuur gevonden is over patiënten met recidiverende nekpijn, heeft de werkgroep besloten om patiënten met recidiverende pijn te classificeren als een ‘abnormaal beloop’. 


Incidenties en prevalenties van nekpijn


De gegevens over incidentie en prevalentie van nekpijn graad I tot en met III (aspecifieke nekpijn) variëren per land en zijn afhankelijk van onder andere de leeftijd en de setting, waarbij ook de kwaliteit van de studies sterk varieert.

In Nederland ligt de puntprevalentie van nekpijn (hoeveel mensen op een specifiek moment nekpijn hebben) op ongeveer 20 procent. Wereldwijd ligt de eenjaars prevalentie (hoeveel mensen over een periode van een jaar nekpijn hebben) op 31 procent en de levensprevalentie (hoeveel mensen gedurende hun leven een periode van nekpijn hebben) op 70 procent.


De eerste episode van aspecieke nekpijn vindt vaak plaats in de jeugd of adolescentie en episodes van nekpijn komen veelal in het latere leven terug. De piekincidentie ligt in de
leeftijd tussen 35 en 54 jaar. In de leeftijd tussen 45 en 64 jaar komt nekpijn tot bijna 50 procent vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. In de Nederlandse huisartsenpraktijk is de incidentie van patiënten met nekpijn in 2011 geschat op 12 procent en in de fysiotherapiepraktijk heeft 11,2 procent van de behandelde patiënten nekpijn. Nekpijn staat op de tweede plaats van meest voorkomende aandoening in de fysiotherapie. 

Werkgerelateerde nekpijn 

De prevalentie van nekpijn bij werkenden verschilt per beroep en populatie. Puntprevalenties variëren tussen 5 procent bij Mexicaanse mannen in schoenfabrieken en 51 procent bij chauffeurs in California. De gemiddelde eenweeks prevalentie van nekpijn varieert tussen 7 procent bij kantoormedewerkers en 53 procent bij vrouwelijke fabrieksmedewerkers. De eenjaars prevalentie varieert tussen 27 procent in Noorwegen en 48 procent in Quebec, Canada. Ook de incidenties variëren sterk. Elk jaar rapporteert 11 tot 14 procent van de werkenden
dat zij door de nekpijn beperkt worden in hun activiteiten, en 4 tot 6 procent wordt belemmerd
in het werk. De geschatte eenjaars incidentie bij computer- en kantoormedewerkers is 45 procent. Met name tandartsen en verpleegkundigen worden belemmerd door nekpijn, met een jaarlijkse prevalentie tussen 17 en 66 procent bij tandartsen en tussen 24 en 63 procent bij verpleegkundigen. 

Traumagerelateerde nekpijn 

Spoedeisende hulp vanwege traumagerelateerde nekpijn varieert tussen 27,8 per 100.000 in het Verenigd Koninkrijk en 32,8 per 100.000 in de Verenigde Staten. In Nederland is traumagerelateerde nekpijn toegenomen van 3,4 per 100.000 in de periode 1970-1974 naar 40,2 per 100.000 in de periode 1990-1994. De gemiddelde prevalentie in deze periode was 17,1 per 100.000. Amerikaanse verzekeraars rapporteerden in 1999 dat tussen de 59 en 66 procent van de claims na een ongeval aan nekpijn toegeschreven kon worden. In Nederland waren in 2004 bij de verzekeraars 19.200 claims bekend met een totale kostenpost van 320 miljoen euro door traumagerelateerde nekpijn. 

Nekpijn graad III, cervicaal radiculair syndroom 

De eenjaarsincidentie is 83,2 per 100.000 (107,3 bij mannen en 63,5 bij vrouwen). De puntprevalentie van het cervicaal radiculair syndroom (CRS) is 350 per 100.000. De piekprevalentie van een radiculair syndroom ten gevolge van uitstulping van een tussenwervelschijf ligt op 45 tot 54 jaar. 

Nekpijn graad IV, specifieke nekpijn 

Uit een systematische review uit 2012 blijkt de incidentie van cervicale fracturen op de spoedeisende hulp 0,5 tot 2 procent.Incidenties van tumoren, ontstekingen en nekpijn door systemische ziektes zijn onbekend. 

Nekbrace

Een nekbrace kan in veel gevallen zorgen voor extra ondersteuning van de nekwervels en spieren. 

Winkelwagen  

Geen producten

0,00 € Verzendkosten
0,00 € Totaal

Afrekenen

FAQ

Hebt u vragen ? Kijk dan bij de FAQ.